Orixás
Overzicht
Inleiding
Gedurende meer dan 350 jaar zijn zwarte slaven per boot overgebracht van hun geboorte-Afrika naar de transatlantische nieuwe wereld om er in de mijnen en op de plantages te werken.
De handelaars van Bahia rechtvaardigden het wrede instituut van de slavenhandel met de bekering van de zwarte ziel, totdantoe ondergedompeld in de duisternis van de afgoderij, tot (voornamelijk) het katholicicsme. Dus werden alle slavenschepen gedoopt met de naam van een katholieke heilige, met als doel de slavenhandelaars, de boten en de vervoerde waar te beschermen. Deze heiligen, beschermers van de slavenhandelaars, lieten de slaven later toe hun meesters te misleiden betreffende de aard van de dansen die ze 's zondags mochten uitvoeren gedurende hun bijeenkomsten per land van oorsprong (in 1758 toonde graaf dos Arcos, 7de vice-koning van Brazilië zich voorstander van dat soort activiteiten, niet uit filantropie, maar omdat hij het nuttig achtte "dat de slaven de herinnering aan hun afkomst levendig houden en hun wederzijdse afkeer, die hen ertoe leidde elkaar te bevechten in Afrika, niet zouden vergeten". Zo verdeeld zouden ze geen gezamenlijke opstand tegen hun meesters op touw kunnen zetten (zoals ze 50 jaar later wel zouden doen).
Deze laatsten veronderstelden dat de dansen die hun slaven dansten, en dat de liederen die elk in zijn eigen taal zong, slechts een onschuldig en nostalgisch tijdverdrijf waren. Ze konden niet weten dat wat ze zongen tijdens deze bijeenkomsten eigenlijk gebeden waren ter ere van hun Orixás, Voduns of Inkissis.
Wanneer men hen uitleg vroeg over hun gezangen, verkondigden de slaven dat het lofzangen waren voor de heiligen van het paradijs (van de katholieke kerk uiteraard).
Mettertijd begonnen de Afrikanen overeenkomsten te creëren tussen hun Orixás en de heiligen van de katholieke kerk.
Dit religieus syncretisme is beetje bij beetje tot stand gekomen, en is het dus zeer moeilijk te zeggen wanneer deze vermenging van religies en geloofsovertuigingen precies heeft plaatsgevonden.
Soms is er een overeenkomst tussen de eigenschappen van de Orixá en die van de corresponderende heilige, naar hun eigenschappen of beeltenis. Elke Orixá heeft een corresponderende heilige, zelfs wanneer we niet goed weten welke relatie er tussen de twee kan bestaan.
Oxóssi
Oxóssi, god der jagers, zou de jongste broer of de zoon van Ogum zijn. In Afrika is zijn cultus bijna uitgestorven, maar in Brazilië en in Cuba nog wijd verspreid. De reden daarvoor is wellicht het feit dat Ketu, in Afrika, volledig werd vernield en geplunderd door de troepen van de koning van Daome in de vorige eeuw, en zijn inwoners, ook de aanhangers van de Oxóssi-cultus, verkocht als slaven voor Brazilië en Cuba.
In Brazilië dragen de vele ingewijden lichtblauwe halskettingen. Donderdag is de dag van de week die aan hem is toegewijd. Zijn symbolen zijn een pijl en boog in bewerkt ijzer. Te zijner ere offert men varkens en schotels Axoxo (gekookte bonen met gedroogd vlees en groente), gekookte maïs, opgediend met stukjes kokosnoot.
In Bahia is Oxóssi gesyncretiseerd met Sint-Joris, en in Rio de Janeiro met Sint-Sebastiaan. Tijdens de publieke plechtigheden waar in de Orixás optreden, draagt hij in een hand een pijl en een boog, zijn symbolen, en in de andere een Erukere, dierenstaart, in Afrika een symbool voor de koninklijke waardigheid, om eraan te herinneren dat hij een Ketu-koning was.
Yansã
Oyá, in Brazilië beter gekend onder de naam Yansã, is de godheid van de wind, de onweders en de Niger-rivier. Zij was de eerste vrouw van Xangô en had een vurig en onstuimig karakter.
In Brazilië dragen haar beschermelingen halskettingen van wijnkleurige glazen kraaltjes. Haar dag, de woensdag, is de zelfde als die van haar man Xangô. Haar symbolen zijn de hoorns van de buffel en een dolk, die op haar altaar worden gelegd. Als offer krijgt ze geiten en acarajé (beignets van zwarte bonenpuree, gevuld met gedroogde, fijngestampte garnalen en Spaanse pepers, hetzelfde als acará). Ze haat pompoen. Ze mag geen geitenvlees eten. Wanneer ze zich in een van haar geïnitieerden manifesteert, draagt ze een kroon met kraaltjes die haar gelaat verstoppen. In de ene hand draagt ze een dolk, in de andere de staart van een paard (vliegenmepper). Ze voert een oorlogsdans uit en wanneer Ogum aanwezig is zal ze een duel niet uit de weg gaan, wellicht ter herinnering aan hun vroegere onenigheden. Ook evoceert ze, via haar kronkelende en snelle bewegingen, onweders en wervelwinden.
Oxum
Oxum is de godin van de gelijknamige rivier in Nigeria, in de streek van Ijexá en Ijebú. Ze was, naar men zegt, de tweede vrouw van Xangô, na eerst te hebben samengeleefd met Ogum, Orunmila en Oxossi. Haar vader zou Oxalá geweest zijn. Vrouwen met een kinderwens richten zich tot Oxum, want zij staat in voor de vruchtbaarheid.
De Axés van Oxum zijn steentjes uit de diepte van de gelijknamige rivier, koperen juwelen en een kam in schildpad.
In Brazilië dragen haar aanhangers halskettingen van goudgele glazen kraaltjes en veel blikken armbanden. De dag die aan haar gewijd is, is de zaterdag.
Het is aanbevolen haar geiten te offeren en Molukun (mengsel van uien, fradinho-bonen, zout en garnalen) en Adúm (maïsmeel met bijenhoning en zoete olijfolie) Haar dans doet denken aan het gedrag van een ijdele, verleidende vrouw die naar de rivier gaat om zich te baden. Ze smukt zich op met halskettingen, schudt met haar armen om haar armbanden te laten klinken, wuift bevallig met haar waaier er bewondert zichzelf tevreden in een spiegel. Het ritme dat haar dansen begeleidt noemt men Igexá, de naam van een streek in Afrika waar de rivier Oxum stroomt. In Brazilië wordt ze gesyncretiseerd met Onze-Lieve-Vrouw van Candeias (in Bahia) en Onze-Lieve-Vrouw van Prazeres (in Recife), terwijl ze in Cuba geassimileerd wordt met Onze-Lieve-Vrouw van de Liefdadigheid.
Omulú
Obaluayê, de "Koning van de Wereld", of Omulú, de "Zoon van de Heer" zijn de meest frequente bijnamen van de god van de pokken en de besmettelijke ziektes, Xapanam, wiens naam gevaarlijk is om uit te spreken.
Hij wordt gesyncretiseerd met de heilige Lazarus en Rochus, in Bahia, en met de heilige Sebastiaan in Recife. Zijn aanhangers dragen halskettingen van zwarte en rode kraaltjes. De dag die aan hem gewijd is, is de maandag. De grond van het kerkplein van de Sint-Lazaruskerk in Bahia wordt op die dag volgestrooid met popcorn die de mensen over hun eigen lichaam wrijven om zich te beschermen tegen besmettelijke ziekten. Zo worden, op een zelfde manifestatie, het geloof in de kracht van de Afrikaanse god en van de heilige in de katholieke kerk aan elkaar gekoppeld.
Verboden voedingswaren voor de aanhangers van Obaluayê zijn: schaap, zoetwatervissen met een effen vel, bananen (van de soort prata), vruchten van klimplanten, pompoen, meloen, chuchu (soort tropische pompoen), vrucht van de broodboom, krabben, enz.
Ogum
Ogum is in Yorubá-gebied, in Afrika, de godheid van het ijzer, van de ijzerbewerkers en van al diegenen die dit metaal gebruiken, zoals de landbouwers, de jagers, slagers, enz. In Brazilië is Ogum vooral gekend als de god van de krijgers. Zijn plaats als beschermheer van de landbouw is hij kwijt, omdat de slaven in de vorige eeuwen geen interesse hadden in een overvloedige en kwalitatieve oogst, zodat ze zijn bescherming op dat gebied ook niet zochten.
In Brazilië dragen de aanhangers van Ogum halskettingen met donkerblauwe en soms groene glazen kraaltjes. Zijn dag is de dinsdag. Zijn naam wordt steeds vernoemd ter gelegenheid van de offerandes die men doet aan verschillende andere Orixás, op het ogenblik dat het hoofd van het dier wordt afgehakt met een mes - waarvan hij de heer is - en het bloed begint te vloeien. Hij is ook de eerste die gegroet wordt, nadat van Exu op behoorlijke wijze afscheid werd genomen. Wanneer de geopenbaarde Orixás binnenkomen in hun symbolische klederdracht, loopt Ogum altijd voorop, "om de weg te openen" voor de andere Orixás.
Xangô
Xangô is viriel en machtig, gewelddadig en handhaver van bet recht. Hij straft de leugenaars, de dieven en de misdadigers. Daarom wordt de dood door de bliksem beschouwd als eerloos. Zo ook met huizen: als een huis wordt getroffen door de bliksem, heeft dat te maken met de toorn van Xangô. De eigenaar ervan moet zware boetes betalen aan de priesters van de Orixá die, in het puin, de Edun Ara (bliksemstenen) komen zoeken die Xangô er gooide en die zich bevinden onder de grond waar de bliksem insloeg.
Deze Edum Ara (in feite neolithische hamers) plaatst men op een gebeeldhouwd houten mortier, Odo, gewijd aan Xangô. De stenen worden beschouwd als emanaties van Xangô en bevatten zijn Axé - zijn macht. Bloed van geofferde dieren wordt gedeeltelijk over deze bliksemstenen gegoten opdat zijn kracht en macht behouden blijven. Het dier dat zijn voorkeur geniet bij de offerandes is de ram, omdat zijn kopstoten snel zijn als de bliksem. Andere schenkingen zijn Amalá, een lekkernij bereid met inhame-meel (soort zoete aardappel), overgoten met een saus van quiabos (kleine tropische groente). Het is echter volstrekt verboden hem witte bonen aan te bieden van de Sesé-soort. Dit verbod geldt ook voor al zijn ingewijden. Het embleem van Xangô is de dubbele gestileerde hamer, Oxé, die de geïnitieerden in de hand dragen tijdens hun trance.
Xeré is de rammelaar, gemaakt van een langwerpige kalebas met daarin graantjes, die ter ere van Xangô wordt bespeeld. Als hij goed bespeeld wordt tijdens de verering, bootst dit instrument het geluid van de regen na.
Xangô werd gesyncretiseerd met de heilige Hiëronimus in Brazilië en met de heilige Barbara in Cuba.
De cultus van Xangô is erg populair, zowel in Brazilië als op de Antillen. In Recife, hoofdstad van de staat Pernambuco, staat de naam voor een reeks Afrikaanse culten die in de staat worden beoefend. In Bahia dragen zijn gelovigen roodwitte halskettingen, net als in Afrika. Woensdag is de dag die aan hem is gewijd. Tijdens zijn dansen zwaait Xangô trots met zijn dubbele hamer, en van zodra de cadans versnelt doet hij alsof hij uit een zak Labá (bliksemstenen) neemt en ze over de aarde gooit. De symboliek van zijn dans laat vervolgens zijn wellustige en vermetele aard zien.
Oxaguian
Oxaguian (Oxalá als jonge man) is de zoon van Oxalufa (Oxalá als oude man) en werd geboren te Ifè. Na een lange reis kwam hij toe in Ejigbô en riep er zich tot koning van uit, wat hem de naam "Eléèjigbô" (koning van Ejigbô) opleverde.
Een van de eigenschappen van deze orixá is zijn onverzadigbare honger naar geplette yamswortel, die hij dag en nacht verorbert, wat de andere orixá ertoe bracht hem de naam "Orixá comdedor de inhame pilado" (orixá, eter van geplette yamswortel) te geven: in Yoruba taal is dit "Oisá-Je-Iyàn" hetgeen na contractie "Òrìsàjiyàn" of "Òrìsàgiyàn" wordt. Er wordt gezegd dat hij de vijzel heeft uitgevonden om toe te laten zijn lievelingsgerecht gemakkelijker te bereiden.
Zijn aanhangers dragen hlassnoeren met blauwe kralen en witte kleren. De dag van de week die aan hem is gewijd is de donderdag en hij is gesyncretiseerd met het kind Jezus. Zijn symbolen zijn het zwaard en de stamper. Wanneer hij zich manifesteert in een van zijn volgelingen, voert die een energieke dans uit en beweegt de hand alsof hij een denkbeeldige stamper gebruikt.
Oxalá
Oxalá of Obatala, de Orixá, de Koning met het Witte Kleed of nog, de Grote Orixá, is de belangrijkste Yoruba-god. Hij was de eerst geschapene van Olodumaré, de Oppergod, die hem de macht gaf van de suggestie, Aba, en van de verwezenlijking, Axé, reden waarom hij gegroet wordt met de titel Alabalaxé.
Oxalá wordt zowel in Brazilië als in Afrika beschouwd als de grootste der Orixás. Zijn aanhangers dragen halskettingen van witte kraaltjes en dragen witte kledij. De dag van de week die aan hem is gewijd, is de vrijdag. Hij is gesyncretiseerd als Onze-Lieve-Heer van Bonfim, alleen omdat zijn prestige zo groot is in Bahia en hij een grote devotie inboezemt bij alle sociale lagen van de bevolking.
Een gesyncretiseerde versie van het water van Oxalá is het jaarlijks reinigen van de vloer van de basiliek van Onze-Lieve-Heer van Bonfim in Bahia, de donderdag voor het feest van Bonfim, dat op een zondag plaatsvindt. Een aantal godvruchtige katholieken had de gewoonte de vloer van de kerk ijverig te poetsen. Dergelijke uitingen van devotie vonden niet alleen in deze kerk plaats, maar in Bonfim evolueerde het anders. De afstammelingen van de Afrikanen, geroerd door een gevoel van devotie voor Christus en voor de Afrikaanse god, vermeng den de twee reinigingen: die van de Axés van Oxalá en die van de vloer van de kerk die de katholieke naam draagt van dezelfde Orixá. Dit is een zeer bekend feest in Brazilië. Van overal komen bezoekers deelnemen aan de donderdagse reiniging. Op die dag komen de Bahiaanse vrouwen, in het wit gekleed, in stoet naar de kerk van Bonfim. Op het hoofd dragen ze kruiken met water om de grond van de kerk te reinigen en bloemen om het altaar te versieren. Ze worden altijd vergezeld door een massa volk.
Graden en kleuren
In overeenkomst met de Afro-Braziliaanse roots van de capoeira, volgen de graden in onze groep de traditie van de Candomblé en is de kleur van de cordãos (koorden) die die overeenkomt met die van de overeenstemmende Orixá:
| Kleur | Graad | Orixá |
|---|---|---|
| Groen | Aluno | Oxóssi |
| Bruin | Aluno | Yansã |
| Geel | Aluno | Oxum |
| Lila | Aluno | Omulú |
| Blauw | Instrutor | Ogum |
| Rood-wit | Professor | Xangó |
| Blauw-wit | Contra-mestre | Oxaguian |
| Wit | Mestre | Oxalá |
![[EN]](../pics/GBR.jpg)
![[FR]](../pics/FRA.jpg)






