Instrumenten
Overzicht
Berimbau
De Berimbau is het voornaamste instrument in Capoeira en bepaalt het ritme en de aard van het spel in de roda. De berimbau is gemaakt van een harde houten "boog", die verga wordt genoemd, en wordt besnaard met een staaldraad, arame genoemd, die doorgaans van een oude autoband afkomstig is.
Om de galmende klank van de berimbau te verkrijgen wordt er een klankkast aan vastgemaakt. Deze wordt gewoonlijk gemaakt van een gedroogde kalebas en staat bekend als cabaça. Een caxixì (een shaker/ratel) wordt gebruikt samen met een houten stok van ongeveer 35 cm die baqueta wordt genoemd.
Geluid wordt gemaakt door de baqueta tegen de snaar van de berimbau te slaan. Daarbij wordt een media (muntstuk) of een dobrão (steen) tegen de arame gedrukt om verschillende noten te produceren.
Er bestaan drie types berimbau:
- De Bera-boi of Gunga
- die het diepste geluid heeft, speelt de rol van de bass; hij houdt het ritme en speelt de basismelodie. De gunga is de grootste van de drie berimbaus.
- De Medió
- (ook centro, berimbau de centro of berimbau médio genoemd) vult de gunga aan door het ritme te houden en is de middelmaat, middentoon berimbau.
- De viola
- of violinha is de berimbau met het hoogste geluid; hij is verantwoordelijk voor de improvisatie. De viola berimbau wordt doorgaans bestempeld als het moeilijkst te bespelen.
De ritmes voortgebracht door de berimbaus, bekend als toques, bepalen de beweging in de roda. Afhankelijk van het ritme, zullen de deelnemers aan het jogo de capoeira (capoeira spel) traag en listig, snel en agressief of open en harmonieus spelen. Er zijn veel verschillende toques de berimbau en sommige zijn gemeenschappelijk aan alle scholen, terwijl andere slechts door enkele groepen worden gebruikt.
In de capoeira roda is degene die het luidst "spreekt", de berimbau! De andere instrumenten begeleiden of leiden het ritme, en mogen het geluid van de berimbau nooit overstemmen.
Pandeiro
De pandeiro is een houten rand van ongeveer 30cm doorsnee waarin 7 à 8 kleine metalen "symbalen" zijn ondergebracht. Over die rand zit met nagels een vel gespannen die met één hand als een drum wordt bespeeld. Het vel wordt traditioneel uit slangehuid of geiteleer vervaardigd maar eens te meer hebben moderne materialen de oude moeilijker te vinden materialen vervangen. Een moderne tamboerein is een adequaat substituut.
De rol van de pandeiro in de muziek bestaat erin de diepe zware beat van de atabaque te accentueren met zijn hogere en scherpere klank. De symbalen creëren een rijke tekstuur in de beat en hoewle met slechts een hand bespeeld, kan een ervaren speler extreem snelle improvisaties combineren met de slag van de drum.
Het is een van de essentiële instrumenten in de roda.
Reco-reco
De reco-reco is een vrij recente toevoeging aan de roda. Hij wordt traditioneel gemaakt van een dikke uitgeholde stengel zoals suikerriet of bamboe. van ongeveer 30cm lang. Hij kan ook uit een stuk hout gesneden worden. Het oppervlak is geribd en er wordt over gestreken met een houten of metalen stok om een scherp maar korrelig geluid te maken. In roda's op straat wordt hij dikwijls vervangen door alles wat een geribdoppervlak vertoont zoals hekken of plastic flessen.
De reco-reco wordt niet dikwijls gezien in roda's maar is er niet vreemd aan. Kleine reco-reco's hebben de neiging verloren te gaan in het geluid van de andere instrumenten maar een grote goed-gemaakte reco-reco zal verder dragen en een eigen karakter toevoegen. Men is niet beperkt tot het bestrijken van het oppervlak, er kan ook op geslaan worden en een speler is met dit instrument dan ook tot even veel improvisatie instaat als met een ander instrument.
Atabaque
De atabaque houdt het ritme van de jogo (capoeira spel) aan. De gunga dicteert hoe snel en welk type spel er gespeeld wordt, maar de atabaque houdt dit ritme aan zelfs wanneer de gunga zo nu en dan een variatie speelt.
Er is maar één atabaque in een capoeira roda, en die staat meestal links naast de gunga. De persoon die de atabaque bespeelt moet niet alleen weten hoe het basis capoeira ritme te spelen, maar de verschillende berimbau ritmes kunnen volgen, dat ritme kunnen aanhouden terwijl de berimbau's variaties spelen, en zingen terwijl hij/zij dat allemaal doet.
Hoewel de atabaque een luid instrument kan zijn, zou het niet boven de berimbaus mogen uitkomen. Hij moet de berimbaus begeleiden, ze niet overstemmen.
Agogô
De agogô is een paar koebellen met verschillende toonhoogte die op eenzelfde handvat zijn geplaatst en bespeeld worden met een stok in de andere hand. Traditioneel werd dit instrument vervaardigd uit een verscheidenheid aan weggesmeten metalen voorwerpen, zoals blikken of machine onderdelen, die zo goed als het ging tot een instrument werden omgevormd. Het is een instrument dat slechts recenter in de roda is opgedoken, naarmate zijn populariteit in andere types Braziliaanse muziek groeide.
De agogô wordt niet altijd gezien in de roda, maar wanneer aanwezig past hij naadloos. Het heeft een heel duidelijke toon die over alle andere instrumenten heen klinkt, en zou om die reden eigenlijk enkel bespeeld mogen worden door iemand die niet uit de maat zal vallen. Een goede agogô speler zal typisch in en uit het (vaste) ritme dansen, eindeloos improviserend en hetzelfde nooit tweemaal herhalen.
De zang
De zang is een heel belangrijk element in de capoeira roda. De teksten vertellen het dagelijks leven en de geschiedenis van de capoeira, ze handelen over alles; de vreugde capoeirista te zijn, liefde, woede, haat, gerechtigheid, onrecht, respect, vrijheid, slavernij, capoeira spreekt over capoeira.
De muziek (de zang) heeft zijn ordening: ladainha of quadra - canta de entrada of chula - corrido. Er zijn drie fases in de zang:
- Vrij thema (om de roda te openen)
- Liederen met gevarieerde thema's
- Despedida (informeert van het einde van de roda)
![[EN]](../pics/GBR.jpg)
![[FR]](../pics/FRA.jpg)






